Ik weet dat ik niet alleen sta…!

Zondag 15 maart liepen wij niks vermoedend tegen 6 uur ’s avonds een restaurant binnen. We werden hartelijk ontvangen, maar hoorden ook dat we de laatste gasten zouden zijn – de deur ging dicht. Een half uur daarvoor had premier Rutte de horeca bevolen met onmiddellijke ingang haar deuren te sluiten. Met kunstmatig gecreëerde urgentie moesten restauranthouders binnen een uur al hun gasten wegsturen, alsof een onzichtbare vijand diezelfde avond nog zou toeslaan. Maar niks was zo urgent dat de sluiting niet per maandagochtend had kunnen ingaan. Waarom zoveel paniek creëren?

Vandaag, bijna twee maanden later, weten we meer, veel meer. Het is tijd voor een tussentijdse evaluatie: waar zijn wij na twee maanden ‘intelligente lockdown’? Zonder compleet te willen zijn, doe ik zes constateringen.

(1) We hebben een officieel sterftecijfer van bijna 5.500 coronadoden. Dat is niet significant anders dan het aantal doden in een pittig griepseizoen. Ook qua demografische verspreiding wijkt COVID-19 niet opvallend af van andere virussen of luchtweginfecties: het zijn vooral de verstokte rokers, de chronisch of ernstig zieken, de verzwakte ouderen en mensen met overgewicht die risico lopen. Dit dodencijfer is dus geen reden tot grote zorg. Zeker niet als je weet hoe dit getal tot stand komt. Wereldwijd vertellen insiders hoe wanhopig ziekhuizen en instituten deze cijfers opstuwen door ook patiënten die overlijden aan kanker, hartfalen of andere ziekten mee te tellen… áls een coronabesmetting wordt gevonden, wordt vermoed of aannemelijk te maken is. Dat zijn geen coronadoden! Maar ze tellen wel mee. Dat maakt het officiële dodencijfer een frauduleus getal. En dit frauduleuze getal, dat de overheid kritiekloos overneemt, verraadt de agenda achter deze gehypete pandemie: angst zaaien, angst zaaien, angst zaaien! Precies zoals dat ging op die 15e maart.

(2) Want dat moet wel de tweede constatering zijn: na twee maanden lockdown is de angst voor het virus onder de huid gekropen van het grootste deel van onze bevolking. Het nieuwe normaal van ‘sociaal afstand houden’ (liever zei ik: asociaal afstand houden) is inmiddels grondig ingesleten bij de meeste mensen. Het oude normaal is verdacht, gevaarlijk, zelfs immoreel geworden. Iedereen kan immers een besmetter zijn! We lopen met een boog om elkaar heen, geven geen handen, knuffels of zoenen meer, ontlopen onze vrienden en familie, durven niet meer in het OV, werken thuis, mijden elkaar. Alles moet ontsmet, overal komen we handschoentjes, mondkapjes en kuchschermen tegen. We zijn zelfs bang gemaakt voor onze eigen handen (ons eigen lichaam!), die we als potentieel gevaarlijk de hele dag grondig moeten wassen.

De zogenaamde versoepelingen die afgelopen week aangekondigd werden, veranderen onze ‘nieuwe omgang’ niet. In tegendeel, onze premier peperde ons alle nieuw-normale omgangsregels nog eens goed in: alleen als we allemaal (!) gedisciplineerd blijven, als we braaf doen wat de experts ons vertellen, alleen dan zijn we veilig. En wie die veiligheid in gevaar brengt door niet mee te doen, is immoreel en asociaal.

(3) En ja, ook dat heeft 2 maanden lockdown ons gebracht: een ongekend massale bereidheid om de overheid te horen en te gehoorzamen. De laatste persconferentie van Mark Rutte en Hugo de Jonge werd door 7 miljoen mensen live bekeken. Rutte toverde daarin met woorden. Hij sprak over de ‘afspraken die we als samenleving samen gemaakt hebben’, waar hij bedoelde: ‘de regels die wij als overheid jullie hebben opgelegd’. Maar het werkt, dit spinnen en toveren met woorden – we hangen aan de lippen van onze leiders om te horen wat we wel en niet mogen. En we gehoorzamen. Het is griezelig om te zien hoe breed en groot de bereidheid is om keurig te doen wat zij zeggen, ongeacht hoe ongrondwettelijk, hoe liefdeloos of hoe frauduleus de onderbouwing is. En ook ongeacht de immense schade die deze maatregelen aanrichten aan de samenleving. We gehoorzamen, we volgen, we doen keurig wat ons verteld wordt. Wat is er gebeurd met ons gezonde verstand en ons zelfvertrouwen?

(4) Deze lockdown maakt na twee maanden ook volstrekt duidelijk in welke richting deze crisis de samenleving duwt: minder vrijheden en minder bewegingsruimte voor ons, de burgers; en meer volmachten voor en controle door de overheid. Noodwetten zetten nu grondwettelijke vrijheden en rechten opzij! De overheid wil ons kunnen volgen, overal waar we staan of gaan. Nergens mogen we meer onaangekondigd heen, alles mag alleen nog op afspraak. En niet alleen wil de overheid ons volgen, ze wil ook ons gedrag sturen. Ons gedrag wordt gemonitord, beoordeeld en bestraft als het gevaarlijk blijkt; de maatregelen kunnen elk moment weer verzwaard worden. Als minister De Jonge ons vertelt dat de anderhalve-meter-samenleving een realiteit zal blijven “tot het vaccin er is”, weten we ook welke zin daar te zijner tijd op zal volgen: “Nu kunnen we de vrijheden teruggeven… aan wie gevaccineerd is”. Kortom: ook het beloofde en verlossende vaccin zal in de handen van de overheid een controlemiddel zijn dat sommigen kan toelaten tot de samenleving en anderen zal uitsluiten.

Dit is geen complotdenken, maar goed luisteren naar wat er wordt gezegd. Er wordt geen andere horizon geboden dan de komst van het vaccin. Tegen de tijd dat het vaccin er is, zal de maatschappelijke druk zo groot zijn, dat wettelijke verplichting misschien niet eens meer nodig is.

(5) Wat ons brengt bij mijn vijfde constatering: na twee maanden lockdown wordt langzaam duidelijk welke immense crisis gaat volgen op de huidige: een recessie zoals de wereld die nog niet heeft meegemaakt. In alle landen waar een lockdown van kracht is, voltrekt zich een stille economische en sociale ramp. Het grootste deel van het midden- en kleinbedrijf zal kapot gaan, de culturele sector, de horeca en de een deel van de dienstensector zal voorgoed verdwijnen. Honderdduizenden gezinnen van ondernemers zien hun reserves en inkomen of zelfs hun bedrijf verdwijnen. Honderdduizenden mensen vrezen terecht ontslag. Het zal faillissementen regenen. De handreikingen van overheden aan het bedrijfsleven vergroten de schuldendruk van ondernemingen, terwijl de mogelijkheden om te ondernemen vaak ingrijpend en blijvend zijn verkleind (dankzij de anderhalve meter). Ondernemers die de kredieten gebruiken, worden kwetsbaarder en nog afhankelijker van de overheid. Iedereen lijkt de fuik van armoede en afhankelijkheid van de overheid in te zwemmen.

Maar onder al dat economische leed, ligt een veel groter lijden: de vernietiging van sociale structuren en de druk op de menselijke psychologie. Mensen worden collectief in een ervaring van ultieme machteloosheid en onveiligheid geplaatst, terwijl ze tegelijkertijd van hun medemens worden vervreemd. De ander is immers gevaarlijk, iedereen is een bedreiging voor iedereen. Deze ervaring leidt tot een breed scala aan psychisch lijden: depressie, angst, verslaving, boosheid, agressie, zelfmoord. Deze gevolgen kunnen nog tientallen jaren voelbaar blijven in onze samenleving. Het leed zal onbeschrijfelijk zijn.

En vergeet niet: déze ramp wordt niet veroorzaakt door het virus zelf – daar is het niet gevaarlijk genoeg voor. Deze economische en sociale ramp is het is het gevolg van de maatregelen die genomen worden. Het had zo niet gehoeven, sterker nog: het had zo nooit gemogen!

(6) Ten slotte (voor nu) constateer ik groeiende verharding en verdeeldheid in onze samenleving. Het ‘echte samen’ van hoor en wederhoor, het samen van liefdevolle zorg voor elkaar, het samen van agree-to-disagree… dat echte samen staat onder druk en wordt vervangen door het ‘valse samen’ dat de overheid ons wil laten geloven: het samen van ‘iedereen alleen’. Het morele monopolie dat overheid en media claimen voor het Officiële Verhaal (‘het gevaarlijke coronavirus’), wordt royaal overgenomen door een gehypnotiseerde massa die het verhaal dat hen elk uur via de media wordt ingefluisterd, navertellen. Ze zijn in diepe slaap en kijken alleen waar hen verteld wordt te kijken en doen wat hen gezegd wordt te doen.

Nog nooit heeft een sterftecijfer van een griepepidemie geleid tot diepe verwijdering tussen mensen. Laat staan de nog veel indrukwekkender sterftecijfers van alcohol- en tabaksgebruik, van kanker, hart- en vaatziekten en auto-immuunziekten, van verkeerd medisch handelen of medicijngebruik, van verkeersongelukken of misdaad. Maar nu staan mensen vol onbegrip tegenover elkaar met harde verwijten. Iedereen die kritische vragen stelt en met gezond verstand de maatregelen vergelijkt met het echte gevaar, wordt veroordeeld als egoïstisch, verwend, harteloos en onverschillig.

Zoals gezegd: deze zes constateringen zijn verre van compleet. Maar het is genoeg om te zeggen wat ik daarbij voel. Ik ontmoet verdriet, boosheid en opwinding in mij.

Ik voel VERDRIET om al het leed dat er in deze crisis is. Het leed van de patiënten van COVID-19. Maar niet minder om het leed van de talloze zieken en ouderen die nu vereenzamen omdat niemand hen meer mag bezoeken, het leed van mensen die in eenzaamheid sterven, het leed van alle mensen die hun vrienden en familie niet meer mogen zien. Maar ook het leed van ondernemers die hun levenswerk in een paar maanden zien verkruimelen, werkgevers die hun personeel moeten laten gaan, werknemers die hun baan zien verdwijnen. Ik voel zoveel verdriet bij alle machteloosheid, eenzaamheid, woede en angst waar mensen mee worstelen. De komende maanden en jaren zal het duidelijk worden hoe groot deze stille ramp is geweest onder de oppervlakte van deze coronacrisis – het zal niet meevallen.

Ik voel BOOSHEID bij het ONRECHT van deze crisis. De oneerlijkheid, de leugens, de verborgen agenda’s van politici en van het grote geld, het gespin en gedraai van media, de achteloosheid en meegaandheid van burgers, de censuur en controle op sociale media… In het jubileumjaar van onze vrijheid, zien we haar verdwijnen in de frauduleuze maatregelen van onze eigen overheden. Ik zou het van de daken willen schreeuwen: “Stop met deze waanzin! Ontmasker de leugens! Toon moed en verzet je!” Want wie zwijgt bij groot onrecht, wordt medeplichtig aan dat onrecht. Wie de onderdrukking bagatelliseert, baant de weg voor de onderdrukker. Het is tijd voor liefdevolle daadkracht en moed tot burgerlijke ongehoorzaamheid.

En daarom voel ik ook OPWINDING. Niet elke generatie maakt een ‘kanteling der tijden’ mee. Wij wel. De wereld voor corona is niet meer. De roep om het oude normaal is zinloos. Het oude normaal was een aanloop naar dit nieuwe normaal. Het was een weg van vervreemding en steeds diepere vervreemding – tot op het punt dat iedereen een gevaar voor iedereen is en wij ons eigen lichaam moeten wantrouwen. Corona is de kroon op de vervreemding! Hoe de wereld er na deze crisis, na deze kanteling eruit ziet, weet niemand. Welke rol jij en ik in die wereld zullen spelen evenmin. We moeten het uithouden bij die onduidelijkheid en het niet-weten.

Maar ik weet wel wat ik zou willen van die nieuwe wereld. Als radicale vervreemding ons in deze crisis heeft gebracht, dan zal radicale verbinding de uitweg zijn. We moeten nu de andere kant op. Niet de weg van nog meer afstand, nog meer maatregelen, nog meer controle, nog meer risicobeheersing, nog meer angst. Die weg loopt dood, die weg loopt naar de dood. We moeten ons omkeren (ik zou haast zeggen ‘bekeren’) naar een wereld van verbinding, vertrouwen, liefdevolle aanraking, zorg en veiligheid. Die weg is niet zonder risico, zelfs niet zonder lijden of dood. Maar het zal wel de weg zijn naar een nieuwe wereld waar liefde regeert, waar leven gevierd en gekoesterd wordt, waar kwetsbaarheid beschermd wordt, waar mensen elkaar zien en horen, waar geluk en gezondheid de norm zijn. En ik weet dat ik in dat verlangen niet alleen sta!

Boule Ytsma