Belgie heeft in de wet verankerd dat er een recht blijft op een offline fysiek alternatief voor Digitale diensten van de overheid

 

In mijn ogen is dit een belangrijke stap van onze zuiderburen. In de toekomst zullen steeds meer mensen een uitweg zoeken uit de digitale wereld, naarmate die ons meer omringt en dwingender wordt.

Juist daarom is het essentieel dat er altijd een alternatief blijft bestaan. Niet omdat individuen daar telkens zelf voor moeten strijden, maar omdat het simpelweg een recht is — en een verantwoordelijkheid van het systeem.

Hierbij is dus vastgelegd dat, om niemand uit te sluiten, de Belgische overheid naast digitale diensten altijd een gelijkwaardig niet-digitaal alternatief moet blijven aanbieden. Dit is belangrijk voor ouderen en mensen met een beperking, maar wat mij betreft ook voor iedereen die zich niet prettig (meer) voelt bij de digitalisering.

Het gaat uiteindelijk om een fundamenteel recht: de vrijheid om zelf te kiezen of je meedoet aan een digitaal geleid leven, of er (gedeeltelijk) buiten wilt blijven — zonder dat je daardoor je rechten verliest.

Ordonnantie Brussel Digitaal: alternatieven voor volledig digitale overheidsdiensten voortaan verplicht volgens Grondwettelijk Hof

25/09/2025
  • Persbericht

De ordonnantie Brussel Digitaal had als doel om gemeentelijke en gewestelijke administraties online volledig toegankelijk te maken. Maar artikel 13 van de ordonnantie maakte de weg vrij voor overheidsdiensten om over te stappen naar volledig digitaal. Unia sloot zich aan bij een beroep tot nietigverklaring bij het Grondwettelijk Hof om erover te waken dat naast het digitale aanbod, ook fysieke alternatieven worden gegarandeerd.  

Uitspraak van het Grondwettelijk Hof

Het Grondwettelijk Hof oordeelde vandaag het volgende: 

  • De 3 fysieke alternatieven voor digitale diensten die in de tekst worden genoemd – fysieke loketten, telefoondiensten en postkanalen – zijn cumulatieve alternatieven. Dit betekent dat de overheid de bereikbaarheid van de administratie via deze 3 alternatieven moet waarborgen.  
  • Alternatieve maatregelen voor deze 3 toegangspunten kunnen ook worden geïmplementeerd indien ze zelf niet digitaal zijn en een minstens gelijkwaardig dienstverleningsniveau garanderen.  
  • De overheid mag niet afzien van deze drievoudige niet-digitale garantie of een gelijkwaardige niet-digitale garantie, zelfs niet in geval van een onevenredige belasting. 

Indirecte discriminatie

Op 19 augustus 2024 dienden 24 Brusselse middelveldorganisaties – verenigingen, federaties en vakbonden – een beroep tot nietigverklaring in bij het Grondwettelijk Hof. Unia sloot zich daarbij aan omdat er, bij een volledig digitale aanpak, geen garantie op fysieke alternatieven zijn. En dat is een indirecte discriminatie voor bepaalde groepen die kwetsbaarder zijn voor digitalisering. Bijvoorbeeld op basis van de beschermde kenmerken vermogen (financiële draagkracht), leeftijd, handicap, afkomst of sociale status, gezondheid, taal of afkomst. 

Ter herinnering: 4 op de 10 personen tussen de 16 en 74 jaar in België (40%) is digitaal kwetsbaar. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is de situatie nog schrijnender met 70% van de bevolking die mogelijks in de problemen komt. 

Deze beslissing, die de digitalisering van overheidsdiensten an sich niet in vraag stelt, is een belangrijke overwinning: ze bevestigt het recht van burgers, ongeacht hun moeilijkheden, op gelijke toegang tot overheidsdiensten. Het is hoog tijd dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en heel België, dit vraagstuk aanpakt en een ambitieuze strategie voor digitale inclusie ontwikkelt.

Vragen of op zoek naar meer achtergrond?

Carole Poncin Persattaché

0488 04 38 24
Els Keytsman De Ronne, Directeur van Unia

Originele Bron

 

Het recht op een niet-digitaal alternatief voor elke administratieve handeling: voorstel van minister Vanessa Matz is goedgekeurd door de regering

De Ministerraad heeft, op initiatief van de minister van modernisering van de overheid Vanessa Matz, in eerste lezing een wetsontwerp goedgekeurd dat elke burger het recht garandeert om zijn administratieve handelingen op een niet-digitale manier te kunnen verrichten, zonder extra kosten. 

Tegen 2030, in overeenstemming met de doelstellingen van het Europese Digitale Decennium, moeten alle administratieve procedures van de federale administratie en van overheidsbedrijven digitaal kunnen gebeuren. Voor minister Vanessa Matz moet deze modernisering gepaard gaan met een cruciale vereiste: overheidsdiensten moeten burgers garanderen dat ze ook een niet-digitaal alternatief hebben om toegang te krijgen tot hun diensten. Dit beleid heeft tot doel burgers te beschermen tegen elke vorm van discriminatie op basis van digitale vaardigheden, zodat niemand wordt uitgesloten. 

De maatregel, die de minister al bij haar aantreden aankondigde, wil een fundamenteel recht in de wet verankeren: het recht op toegang tot overheidsdiensten zonder verplicht digitaal te moeten gaan. Concreet zal elke federale administratie minstens één niet-digitaal kanaal zonder meerkost moeten behouden, zoals een fysiek loket, een telefonische dienst of een contact per post. 

Dit principe zal worden opgenomen in de wet van 19 juli 2018 inzake toegankelijkheid van de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties. 

“Het doel is duidelijk: moderniseren zonder mensen uit te sluiten. Digitalisering biedt waardevolle kansen, tijdswinst en meer toegankelijkheid. Maar 40% van de Belgen tussen 16 en 74 jaar bevindt zich vandaag in een situatie van digitale kwetsbaarheid en het is essentieel om elke vorm van uitsluiting door digitalisering te voorkomen. Dit gebeurt via de begeleiding en de opleiding van mensen rond digitale basisvaardigheden, maar ook via het aanbieden van een niet-digitaal alternatief”, verklaart Vanessa Matz, die het belang van dit project benadrukt: “Dit alternatief garanderen is de bevestiging van een democratisch principe: de gelijkheid van alle burgers tegenover de overheid, zonder enige discriminatie op basis van hun vaardigheden of hun toegangsmiddelen. Wanneer mensen er niet in slagen contact te krijgen met een overheidsdienst, veroorzaakt dat frustratie. Ik wil dat de overheid menselijk en toegankelijk blijft en dat elke burger zich gerespecteerd voelt.” 

Controle- en begeleidingsmechanisme voor de administraties 

De tekst vertrouwt de FOD BOSA de taak toe om toe te zien op de naleving van deze verplichting, in samenwerking met haar bestaande dienst die bezig is met de toegankelijkheid van de websites en applicaties van de overheidsdiensten. Deze controle zal het voorwerp uitmaken van een jaarlijks verslag. Het doel is vooral voortdurende verbetering: de experts van de FOD BOSA zullen de betrokken administraties begeleiden om verbeterpunten te identificeren om de toegankelijkheid van hun diensten te versterken. 

De tekst zal voor advies worden voorgelegd aan de Raad van State, net als aan Unia en aan de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH).    Bronartikel

Dit alles gebaseerd op de prachtige aanbevelingen van Het Vlaams Mensenrechteninstituut met het Document: 
Gelijkwaardige alternatieven voor Digitale Dienstverlening

Hebben wij ook zo’n recht? Waar is het gesprek hierover gaande? …

2 gedachten over “Belgie heeft in de wet verankerd dat er een recht blijft op een offline fysiek alternatief voor Digitale diensten van de overheid

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *